bots

Momenteel onderzoek ik de mogelijkheden om (chat)bots als poëtisch gereedschap in te zetten. Dit onderzoek wordt ondersteund door het Nederlands Letterenfonds en valt onder de regeling Digitale Literatuur. Onlangs organiseerde ik als onderdeel hiervan in Perdu een tweedaagse workshop in samenwerking met collectief Hackers&Designers en Botsquad.

Mijn eerste bevindingen en experimenten werden gepubliceerd in het “Vintage-nummer” van DWB, 2018-1. Daarnaast kruipen momenteel verschillende chatbotjes rond op deze site. Deze botjes bevinden zich in hun peuterpuberteit, er gaat nog wel eens iets mis. Naar aanleiding van de gesprekken die ze voeren, probeer ik ze te verbeteren. Spreek ze gerust aan, wellicht vindt u uw woorden nog eens terug in de poëzie.

Omdat chatbots vaak binnen een boomstructuur functioneren leek het me interessant om een van mijn favoriete beslisbomen te vertalen naar een chatbot: Het Protocol Stranding Grote Levende Walvisachtigen. Deze bureaucratische, bij vlagen absurde tekst adviseert over wat we moeten doen als er een grote walvis strandt op de Nederlandse kust en in leven blijft.

 

In 1966 werd de allereerste chatbot geschreven. Computerwetenschapper Joseph Weizenbaum maakte Eliza om aan te tonen dat de communicatie met computers ontzettend artificieel is. Helaas dacht zelfs Weizenbaums secretaresse dat ze met een mens chatte. Mijn chatbot is een eenvoudige vertaling van Eliza, waarin ik heb geprobeerd om de miscommunicatie die zo typisch is voor Eliza uit te buiten.

 

Twitter kan een giftig medium zijn, dus probeer ik er poëzie van te maken. Dit interactieve botje vraagt je om een twittergebruiker (hoofdlettergevoelig!) en maakt een “gedicht” van diens tweets van vandaag. Vervolgens stelt hij de meer_of_minder vraag. Meer_poëzie combineert de twitterpoëzie met Tender Buttons van Gertrude Stein. (Wat minder_poëzie doet spreekt voor zich.)

 

Deze chatbot wil graag weten wat je ziet als je nu naar buiten kijkt. Probeer maar gewoon. Even lekker uit het raam staren.